Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER BEIDE INDIEN. 507

houden hebben. Het fchonk aan eene Maatfchappye het uitfluitend voorregt, om Diamanten te zoeken en te verkoopen. Om der begeerlykheid deezer Maatfchappye paaien te' ftellen, wilde men dat zy tot deezen arbeid niet meer dan zes honderd flaaven zou mogen gebruiken. Naaderhand heeft men haar vryheid gegeeven, om zo veelen te gebruiken als zy wilde, mids betaalende van ieder Mynwerker vyftien honderd Livres. In de beide verdragen heeft het Hof alle Diamanten aan zich behouden, welke zwaarder dan een zeker bepaald getal Karaaten zouden weegen.

Eene Wet , welke , op leevensftraffe , het inbreuk maaken op dit voorregt verboodt, fcheen, ongetwyfeld , niet toereikende om derzelver uitvoering te verzekeren. Men oordeelde het daarom een korter weg|, de nabuurige plaatzcn deezer ryke Mynen te ontvolken, en tot eene uitgeftrekte wildernis te maaken, alle de landftreeken , welke aan een zo voordeeligen handel zouden hebben kunnen deel neemen. In eene uitgeflrektheid van honderd mylen ontmoet men flegts één groot dorp, alleen bewoond van de Agenten en flaaven der Maatfchappye.

Haar Oktrooi, gefladig gehandhaafd door het Moederland , heeft nimmer de geringfte tegenkanting ontmoet. De Regeering zelve is de Agent van dit Genootfchap in Europa. Hoe zeer de opbrengst der Mynen op onderfcheidene tyden moge verfchillen , het Hof levert, egter , jaarlyks, aan een enkelen Koopman , voor twaalf millioenen vyf honderd duizend Livres aan Diamanten, Het

heeft

IX.

BOEK.

Sluiten