is toegevoegd aan uw favorieten.

Wysgeerige en staatkundige geschiedenis van de bezittingen en den koophandel der Europeaanen, in de beide Indiën.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XIII.

BOEK.

68 GESCHIEDENIS

water, 't welk in het regenagtig faifoen verzameld wordt.

Denamkuc , die Martinique hadt doen verkondfchappen, vertrok, in den jaare 1635, van St. Christoffel, om zyne Natie zich aldaar te doen nederzetten. Uit Europa wilde hy zyne Bevolking niet ontleenen. Hy voorzag, dat luiden, afgemat door eenen langen fcheepstogt, by hunne aankomst, voor't meerengedeelte, zouden fneuvelen, het zy door de ongemaatigdheid eener nieuwe Luchtftreeke, het zy door gebrek, 't welk bykans altoos op de verhuizingen na vreemde gewesten volgt. Honderd perfoonen , die, zints langen tyd , onder zyne Landvoogdyfchap op St. Christoffel gewoond hadden; allen wakkere, arbeidzaame liedeii, aan den arbeid en vermoeijenisfen gewoon? bekwaam om den grond te ontginnen en plantaadjen aan te legg n ; van Aardappelplanten en allerlei voegzaam Koorn overvloedig voorzien : deeze waren de eerde fligters der nieuwe Volkplantinge.

Hunne eerfte verrigtingen gefchiedden zonder eenige tegenkanting, 's Lands Inboorlingen, door de Vuurwapens befchroomd geworden , of door beloften verleid, lieten voor de Franfchen dat gedeelte des Eilands over , hetwelk ten Westen en ten Zuiden lag; zy zeiven weeken na het overige gedeelte. Doch dit ongeftoord genot was van korten duur. De Caraïbe, deeze onderneemvolle vreemdelingen, van dag tot dag, in getal ziende toeneemen, begreep, dat hy iyn verderf niet ontgaan konde, dan door

hen