is toegevoegd aan uw favorieten.

De klaagende, biddende en dankende Paulus voorgesteld in twee verhandelingen over Rom. VII: vs. 24. en 25.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

?4 V E R HANDELING

Cal. I: VS, 16".

gifte is van hooven , van den Vader der lichten afkooi 'mende ,vo\gm\s Hoofdd. 1. vs. 17.- f>yzonder zal men te denken hebben om den eerden Perfoon in de Heilige en hoog ontzachelyke Drie - eenheid , den Vader , die de uitverkorenen in Ohridu^na ziel en lighaem begundigt eu begiftigt, met tydelyke* voor aj met geeftelyke, zegenin-, gen , en even daarom het eenige en waardige voorwerp, om van zyn bevveldaadigd Volk verheerlykt en groot gemaakt te worden , gelyk Hy hen ook tot dat-einde, geformeert heeft, dit Volk hcbhe ik my. geformecrt , zy zullen mynen lof'vertellen-, zegt .Jacobs Schepper , en Ifraèls formeerder, in Jcfaias Godfpraaken Hooftd. 43. vs. 21.'en vs. r..ingelloteu. En dit was ook des ApoItels betrachting , die God en den Vader onzes Heeren Jefus Chriftus, die hem gezeegent hadt met alle geefter l.yke Zegeningen in den hemel in Chriftus, met dankzeg-» ginge verheerlykt én groot maakt, zeggende:.

Ik danke God. God te danken is een erkentenis voor geuootene weldaaden, van Hem uit vrye en ongehoudene goedheid ontfangen, en gefchied inwendig met het hert, en uitwendig met woorden, daaden , en Wandel, En of fchoon de Apoftel geene uitdrukkelyke meklinge maakt, van het geene, waarvoor hyGö^ dankt,zullenwe echter niet mistaiten, als, wy 'er de volgende dingen onder beT grypen.

Voor eerd, hy dankte,God voor die Zaalige veranderin-r ge , weike hem .wederyaaren was op den weg na Damafcus, en zyne roepinge tot het Apoftelfchap , om Jefus , Gods Zoons wille , welken God in hem geopenbaart hadt, op dat-hy den ze-lven door bet Euangelium onder de Heidenen zoude verkondigen. Een weldaad , welke hem zo groot en aanbiddelyk voorkwam , dat hy niet alleen beleed de minfte van de Apoftelen te zynt maar ook niet waardig een Apoftel genaamt te worden^ daarom dat hy de gemeinte Gods vervolgt hadde, vol» geus zyne ditpvernederende erkenteniffe i.Cor. if vs. 9. De overweging hier van, als ook van den grooten Zegen op zynen Euangelie -riientt, tot bekeeringe van zoo veele Tooden, byzonder van een noch grooter aantal van Heidenen , -welker jpoftel by was, wekte hem op , fpoor-

■ 'dé