Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 3i )

den: want hy erkent zelf (21), dat de (telling , dat Jesus de Kristus van God is, niet wordt weggenomen , al konde hy niet eens bewyzen (met onwederleglykc redenen) dat hy een voorbeftaan gehad heeft (22).

Eusebius , die zekerlyk, naar de tegenwoordige denkwys van dit land , niet rechtzinnig was (23), en daarom door fommigen, niettegenstaande hy, op de niceenfche vergadering, de Arianen heeft helpen veroordeel en , van Arianery wordt verdacht gehouden (24), berigt ons (25) , uit zekeren ongenoemdcn fchry-

ver,

(21) p. 141. H'vj [jlsvtoi, uTpvCpuv, smov, ow axoX-

XVTZl TO T010UT0V SlVXl %|3 TOU &EQU, SXU XToSsi^X! jJ.i)

ïvvwpcu , ori kxi vpouirvip%ev vu? tou Toayrou TUV oauv 0£CJ

Ojf , JC. T. A.

(22) Doftor Velingius maakt zyn' lezer wys, dat JusTF kus van de genen, die de twee naturen in Kristus willen wegnemen, zegt, dat zy veinzen kristenen te zyn, en beroept zich op de expafitio fidei, p. 386. Is het mooglyk? Wist de man niet, dat niemand dit gefchrift meer voor een werk van Justinus houdt, gelyk ook Eusebius, hist. eccl. L. iv. c. 18. daar van geene melding maakt?

(23) Zie de oordeelkundige aanteekening van den Hooggel. Heer A. A. vander Meersch op Eus. L. vi. c. 33. bl. 35*5.

(24) Vid. Petavius, L. 1. de Trinit. c. 11. (25.) Hist. ecc. L. v. c. 28.

Sluiten