is toegevoegd aan uw favorieten.

Aaneengeschakelde verklaaring van den Heidelbergschen Katechismus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELFDE VRAAG E. 397

verkrijgen möest; maar dat hem alles om niet, uit vrije genade, in, met, en om Christus, gefchonken werd in Gods beloften, en dat hij als een rampzalig zondaar, door het geloof die aanneemen, en zich eigenen moest; en dat dan alles van zeiven uit dit geloof in hem volgen zoude, wat in hem behoorde plaats te hebben; dus ook bekeering , berouw, fchaamte, c. z. v.

Het was daarom, dat zij leerden , dat bekeering , berouw, e. z. v., in orde van zaaken volgden, maar ook zeker volgden, achter het geloof. Te meer , omdat de zondaar alsdan eerst eene rechte bekeering, berouw, e.z.v., hebbenen oefenen kan ——— niet, om zich daar door iets van God te verkrijgen, maar om daar door zijne ootmoedige, dankbaare, en gewillige wederkeering tot zulk eenen verzoenden God in Christus te betoonen; met berouw, fchaamte, e. z. v., dat hij tegen zulk eenen Coi zoo lang gezondigd heeft, en wat dies meer is. En daar in volgden zij Gods Woord; Ezech. XXXVI: 25 tot 31. Ook leerde Gods Woord hun, in veele voorbeelden, van welken aart berouw en bekeering waren, zonder geloof aan Gods getuigenis, alleen uit vrees en hoop. >■ De ervaarenheid bevestigt ook, hoe jammerlijk zulke zondaaren van het geloof aan de leer der Verzoening, van het geloof in Christus, terug gehouden worden, zoo lang zij in alle die voorafgaande hoedaanigbeden zoo veel belang Hellen voor zichzelven, en hoe de zielen daar door gepijnigd worden. —— Men ftaat ook in gevaar — gelijk men reeds, helaas! bij veelen ziet - ■..■ dat men

ein-