Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AGTTIENDE VRAAGE. 473

helderfchijnende Zon was er over ons opgegaan, en verfpreidde haare lichtende en vruchtbaarmaakende draaien over de wereld van Gods aardrijk. O ! troostende , o heiligende gebeurtenis ! Wie was nu die dierbaare Perfoon ? Hij zegt

geloovig: Onze Har Jefus Christus. Mij

dunkt , men kan in de wijze van voordel, de aangenaame aandoening, het ftreelendst genoegen , de licfiijkfte vreugde, en de eerbiedigde verwondering leezen, welke er in den geest van

zulk eenen Geloofsbelijder plaats heeft. Hoe

vroolijk , hoe vergenoegd zegt hij: Onze Heer Jefus Christus is die Middelaar! Zijn leevendig geloof fpreekt hier in hem. Hij fpreekt, zoo als wij alle moeten fpreeken, die Jefus geloovig belijden; gelijk de Apostolifche Kerk ons in haar voorbeeld geleerd heeft.

Onze Heer Jefus Christus was onze Middelaar. Dit betuigt hij geloovig. Hij wil niet zeggen, dat Hij onze Heer, onze Middelaar was , door het geloof. Neen; dit was Hij van Gods wege, vóór zijn geloof. Zijn geloof veroorzaakte dit niet; maar nam Jefus Christus voor onzen Heere , voor onzen Middelaar aan , zoo als die van Gods wege, als de groote Gaave Gods, ons eigendom was , door Godlijke verordening, en fchenking aan ons. Op dien grond erkende hij Hem voor zich , met toepasfmg op zichzelven , voor onzen Heere Jefus Christus, voor onzen Middelaar. Hij eigende zich , als zoodaanig, dien Jefus Christus , met vertrouwen en berusting. En zoo kwam hij in het perfooneel eiGg 5 gen-

Sluiten