is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis van de godsdienstige gevoelens der eerste christenen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TL Deel I. Hoofd. 433

Dat deze brief gefchreeven zy, voor dat Paulus zelf te Rome kwam, is-buiten kyf. Ik maake ook geene zwaarigheid , dien met de meefte uitleggers in het jaar 58 der Chriftelyke tydrekening te ftellen. (fl) Ik kan, hier, even als in andere plaatzen, de redenen onmogelyk bybrengen, die my bepaalen, eenig aangenomen gevoelen goed te keuren ; ik volg j meeftal, het oordeel van den Ridder Mi-ciiaelis wiens gezag in deze zaak beflisfend is, daar ik my, anders, door 't vooroordeel van 't gezag weinig laate inneemen ; maar, wanneer ik van het oordeel dezes mans verfchille, d'3n moet ik veele gewigtige redenen hebben, die mogelyk alleen aan my beflisfend voorkomen. Dit jaar nu valt, naar myne voortga opgaave, in het tweede tydperk der joodfihgezinde Chriftenen , en in het eerfte der heidenfchgezinde Chriftenen. Weshalve men moet onderzoeken, hoe zig de daar te boek geftelde leerftellingen van dit tydperk en van elke Secte , naar den toeftand dier Stad inzonderheid gefchikt hebben.

De Romeinen,, die toen leefden, moet men zig niet meer als dezulken voorftcllcn , welke vóór de verovering van Carihago leefden. Rome was nu, zonder eene mededingfter haarer grootte , beheerfchter der waereld; maar ook voor alle die ondeugden bloot gefteld, welke met een zo groot geluk pleegcn gepaard te gaan. Daar leefde geen Cato meer , maar wel leefden 'er verwyfden, die

alle

Qa) Michaelis inleiding in de Godl. fchriften enz. 2 Deel, § 174. bladz. 525. 's Gravenh. 1780. I. Deel. Ee