Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over FILIP. I: 6.

9

ziet hij in dit werk niets heerlijks of begeer» lijks. Ja zijn verftand is er afkeerig van, vijandig er tegen, uit hoofde van de booze werken, tot welke hij genegen is.— Dus wil hij ook dit goede werk niet. Hij heeft er geen lust in: ja wat zeg ik, daar hij wil het geene regelrecht tegen dit goede werk aanloopt, is hij er voiftrekt afkeerig van, en vijandig tegen. Het bedenken van zijn vleefch is vijandfchap tegen God, het onderwerpt zich der wet van God niet, het kan ook niet. (6) Het is derhalven ontegenzeggelijk klaar, dac de menfeh onbekwaam is,, om dit werk van geloof en liefde, 't welk, zonder dat men het begrijpt en wil, niet kan begonnen worden, zelve te beginnen. Waarom hij ons dan ook in de h. Schrift wordt voorgefteld, als een kwade boom, die geen goede vruchten kan voortbrengen; als een moor en luipaard, die zijne huid en vlekken niet kan veranderen; ja als een, die dood is, door de misdaden en de zonden,(7) en dus tot alle goed onbekwaam.

Maar daar de menfeh zelve zoo verre af is , van dit goede werk te beginnen, daar is God zoo oneindig goed, dat hij het zelve in den menfeh begint; ja dat hij het alleen is, die dit doet.— Leeraars ftellen wel het A 5 geloof (6) róm. vin: 7,8. (7) matt.vii. jer. xiii. ef. 11.

Sluiten