Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16

LEERREDEN

gefield, als eene Gemeente die geen vlek of rimpel heeft, of iets dergelijks, maar die heilig en onberispelijk is. (33) Zoo zal als dan dat goede werk, dat God begonnen heeft, ook door hem voltooit zijn, en hij zelve alles in allen wezen.

Dit zelfde nu, hoe groot het ook wezen mag, en hoe onwaarfchijniijk het ook aan het ongelovig harte moge voorkomen, moeten de gelovigen van zich zeiven en van malkander vertrouwen ; gelijk hun de Apostel zulks in onzen text inboezemt. En dit is het vierde ftuk, waar van wij hier noch kortelijk te fpreken hebben.

Zonder dit vertrouwen, zou al het overige den gelovigen niet tot troost en bemoediging kunnen verllrekken. Want zoo ze hier van voor zich zeiven geen zekerheid of bewustheid deelachtig waren, zoo >uij hier omtrent altijd in voorddurende twijfelmoedigheid moesten blijven leven: wat troost onder alle hunne gebreken en zwakheden, wat bemoediging in het midden van de gevaren en de verdrukkingen, wat blijdfchap in God gedurende hunnen wandel door dit tranendaal, konden zij dan immer deelachtig wezen? Maar God, die oneindig goed is, wil dat zijn volk dit vertrouwen hebben zal, en leert het dit door

den

(33) «f. v: 27.

Sluiten