is toegevoegd aan je favorieten.

Aaneengeschakelde verklaaring van den Heidelbergschen Katechismus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DRIS EN DERTIGSTE VRAAGE. ^7

werd alles waarheid in hem. Hij werd gewaar, dat hij als een aangenoomen kind van God, door den Heiligen Geest, in het geloof zich die weldaad eigenen konde, met vertrouwen, en in vrijmoedigheid des geloofs, door dien Geest, roepen: Abba, Vader! dus, dat hij uit God gebooren was ■ {trekkende het getuigenis van den Heiligen Geest in het Woord, het welk Hij door het geloof leevendig en krachtig aan zijnen geest vertegenwoordigde , en waar mede Hij zijnen geest geloovig deed overeenHemmen, tot een bevestigend getuigenis daar van, met zijnen geest.

Onze Christen geeft dus duidelijk te kennen, dat hij een waar geloofsbegrip had, van de reden, waarom wij kinderen Gods zijn, en genoemd worden. Het was door voorverordineering, naar het y/elhehagen des Vaders; derhalven, door eene vrijwillige daad van Gods vrije liefde en goedheid, i Joan. UI: i. Hier in was dan ons kindfchap reeds zeer onderfcheiden van Jefus Zoonfchap, in aart en natuur. Want Jefus was niet Gods Zoon door eene vrijmagtige daad van Gods wil, maar door de noodzaaklijkheid des Godlijken Wezens ; het welk noodzaaklijk beftaat, op eene verfcheiden wijze, in den Vader en in den Zoon. Dit leert ons zelfs onze reden. Want getuigt Gods Woord, dat de Vader God is, dat de Zoon God is; en leert ons Gods Woord, dat er maar één Godlijk Wezen is — dan leert het ons ook, daar het Gods Zoon erkent als den waarachtigui God en het X 4 eeu-