is toegevoegd aan uw favorieten.

Aaneengeschakelde verklaaring van den Heidelbergschen Katechismus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

438 VERKLAARING VAN DR

lieflijken invloed gehad hebben op zijnen wil, in zijn hart, en in zijn leven.—Welk eene heerfchende neiging en overbuiging van zijne ziel tot dien dierbaaren Jefus, die voor hem geleeden had, gekruist, geftorven , en begraaven was, zal dit veroorzaakt hebben! Hoe zal zijne liefde jegens Hem ontvonkt, hoe zullen zijne begeerten en verlangens naar de gemeenfchap cn vereeniging met Hem zijn uitgelokt! Hoe zal hij rusteloos gezet geweest zijn, om in vereeniging en gemeenfchap met dien Jefus te leeven, voor dien Jefus te leeven, geduurig tot Hem te vlugten, onder de fchaduwe zijner vleugelen zich te begeeven, op dién Jefus al zijn vertrouwen te ftellen, en in Hem alleen ter zaligheid

re berusten! Zeker, zulk een gezicht van Jefus

trekt zijn geheele hart tot Hem. Met Hem is hij alleen voldaan en te vreden; zonder Hem kan hij niet leeven. Alles wat hij nu is, heeft, en vermag, is alleen voor dien Jefus. Hem te looven, te prijzen, te aanbidden, teder te beminnen, te volgen, te dienen, te gehoorzaamen, is zijne zaligheid. Nu ftaat hij van alles geheel en gewillig , blijmoedig, en onbepaald, volledig af. Al het ei: gen wordt verloochend en verzaakt. Het is nu alles voor Jefus, wat hij is. Hoe gewillig verbindt hij zich aan Hem, voor tijd en eeuwigheid, naar ziel en lighaam, en dat zonder eenige achterhouding ; en dat hoe langer zoo uitgebreider, zoo dikwerf hij gelooft! Alles wordt nu aan dien Jefus overgegeeven, opgedraagen , en verpand, als zijnde geheel aan Jefus eigen. Nu wordt zijne ziel ontlast van benaauwende fchuld, van drukkende vrees.

Nu