Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2ES EH VEERTIGSTE VRAAGE. 51^

Men vraagt hem dan niet, of hij dit gelooft?—h Neen; men onderzoekt hem, op hoedaanige wijze hij dit opaaren ten hemel begrijpt ? Wat hij ge* looft van deze zaak , als hij zegt: Ik geloove in Jefus., opgevaaren ten hemel! — Zulks had men niet gedaan bij J fus Opftanding; dit was ook on-> noodig. — Hier was het voegzaam, omdat men die opvaar en van Jefus ten hemel, zeer verfchillende , en ook ongezond, begrijpen konde; gelijk te zien was in die tijden , wanneer dit Boekje , ten leidraad in dé behandeling dier WTaarheid, en de wijze op welke, opgefteld werd; — Zulk eene Vraag kwam hier derhalven zeer te pas. Men gaf hem gelegenheid , om te toonen , welke gezonde. geloofsbegrippen hij van dit wigtig ftuk had; en om tevens te doen blijken, of zijn geloof daar omtrent ook mee bijzondere toepasfing op zichzelvên verkeerde.

In 'zijn Andwoord toont de Christen , de Vraag wel gevat te hebben , deze gewigtige gebeurtenis, recht te begrijpen, en geloovig omtrent dezelve te verkeeren, met bijzondere toeëigening op zichzelvên. Zoo fpreekt hij : Dat Christus, voor de oogen zijner jongeren, van de aarde ten hemel is opgeheven. Laat mij toonen, hoe gezond hij die Hemelvaart begrijpt, overeenkoomstig Gods getuigenis ; — en daar na zien, dat hij daar omtrent in een waar geloof ver»; keert, met bijzondere toepasfing op zichzelvên.

Hij, geloovende in Jefus Christus, Gods Zoon *, opgevaaren ten hemel, zegt ons, dit aldus te begrijpen : dat Christus, voor de oogen zijner jongeren, van de aarde ten hemel is opgeheven. — Hij fpreekt van Jefus Hemelvaart in den hjdelijken zin, gelijk meerman»

Sluiten