is toegevoegd aan uw favorieten.

Het vijfde en drie volgende hoofdstukken uit Paulus brief aan de Romeinen, verklaard.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PAULUS BRIEF aan de ROMEINEN. 107

„ tus menschwording, tot verzoening van de „ zonden der wereld, en niet eenen ook zijne „ ganfche borgtogtelijke gehoorzaamheid, door „ welke Hij zig voor ons in den dood heeft „ pvergegeeven, te verloochenen en te vernietigen."

Het geen Paulus laat volgen in het eerfte gedeelte van vs, 8., fielt ons de taal van de regtvaardigheid des geloofs zeer kort, in al derzelver opwekkelijkheid, voor oogcn , bij wijze van tegenftelling tegen de taal van eenen Joodfchen Wetprediker. Paulus vraagt daar: Maar wat zegt ze? naanlijk de regtvaardigheid des geloofs? Om het woordjen maar te verftaan, moet men hier wederom den bekorten den fchrijftrant van onzen Apostel in agt neemen , wiens woorden zo verftaan moeten worden, als of hij gezegd had: „ Een Joodfche Wetprediker zegt in „ de daad, met opzigt tot den weg der za,, ligheid, fchoon hij het niet erkennen wil; 13 Wie zal ten hemel opklimmen ? Wie zal in „ den afgrond nederdaalen? Dat is, de zaak in „ haaren aart befchouwd zijnde , de eigen „ taal van de regtvaardigheid, die uit de Wet der „ werken is. Maar! wat zegt hier de regtvaar„ digheid, die uit het geloove is ?"

Het antwoord op deeze vraag is: Nabij u, is het woord in uwen mond, en in uw hart.

Dit