Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over het VI. en VII. HOOFDSTUK, z?

ten leeraars uit de Jooden, die leeraars der wet wilden zijn. Tegen deezen wapent hij de geloovige Romeinen, zo veelen onder dezelve gevonden wierden, die bekwaam waren, om tegen deeze menfchen in het harnas geftoken te worden. Hij doet zulks,, door de beantwoording van een tweetal befchuldigingen,zo aanftonds opgeegeven.

Naamelijk,daar zommigen van dezelve zeiden, dat Paulus een wetbeftrijder was,anderen wederom , dat hij een volmaaktheiddrijver was , daar toont Paulus in dit VII. Hoofd/luk, dat hij noch het een, noch het ander was. — Dat hij geen wetbeftrijder was, toont hij van ys. i tot vs. 14. uitmaakende het eerjic deel deezes Hoofdfiuks. In het overige van dit Hoofdftuk doet hij de Romeinen zien, hoe ver hij was, van een wetbeftrijder te zijn.

Met opzigt tot de beide deelen deezes Hoofdfiuks moet men in agt neemen, dat hij fpreekt tot zulken, die de wet verJhnden.Wtt is deeze aanmerking , uit welke wij verklaaren moeten, dat de Apostel in de perfoonen, aan welke hij fchrijft, de kennis vaneen veeltal waarheden onder/telt, waar» omtrent bij veele andere geloovigen de vereischte weetenfchap ontbrak, en die ter deezer oorzaake zouden noodig gehad hebben, daar van uitdrukkelijk onderrigt te worden; als ook, dat

hij

Sluiten