Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Befcbouwende Ontleeding. 147

Waasachtig of tweede vlies, in rang; terwyl 't vierde en binnenfte, een netswyze vlechting is, met een menigte fleuven, (als zo veel zeefswyze repelen) voorzien, byzonder in den hals van de galblaas, alwaar zy eenige langwerpige plooien maken,, die als toefluitende klapvliezen dienen, terwyl voorts deeze hals zelve!zich als een gekrulde poorticr, vertoont, die vervolgens een pypachtigebuis wordt, en daaromDuBus Ciflicus, galblaasbuis, is genaamd; dezelve verëenigc zig met de leverbuis, gelyk reeds is aangemerkt, cn dus te famen de algemecne galleider uitmakende, welke zich in den twaalfvingerigen darm inmondigt.

Behalven deeze, zyn'er nog levergalblaas buisjes, DuBus hepaticus CiftJici, zy beginnen onmiddelyk uit de lever, en eindigen alzo in de galblaas; zynde nog niet zeer lang geleeden eerst in de beesten, en daar na ook in de menfchen ontdekt.

De Galblaas heeft behalven van de poortader, noch twee takken, de tweelingen genaamd; en ook van de lever zyn aderen, flagaderen en zenuwen.

Liën, de Mild, geplaatst in de oppcrbuiks-linkerzyde, even onder het middelrift, nevens de maag, waaraan zy is vastgehecht, door bloedvaten, die men Vafa brevia, de korte noemt; ook door eigen bloedvaten aan't alvleesch, en darmnet, voorts door een'vliezigen band, afkomltig van 't buikvlies, aan het middelrift.

Over het beflaan van dit deel is groot verfchil, want om niet te zeggen, dat het in runderen een netsen in fchaapen een blaasachtig weezen heeft, zo ftelt Ruysch het in menfchen geheel vaatachtig; maar Malpichius klierachtig; en hoe zeer Winslow dit beide te famenvoegt, zo getuigt evenwel Heyster dat de kliergelykende deelen tegen de natuur zyn; wordende dit geheele beltaan met een eigen, en gemeen vlies hekleed, Wel fcheibaar in beesten, maar met veel moeiten in de menfchen.

Ka De

Sluiten