Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genesis XV. vs. i;

i

heE verzuim, de nalaatigheid> en de ongehoorzaamheid van dit volk in descn? Lcezen wij dit niet met uitgedrukte woorden, in den LXXVII1. Ps. vs. 22, 3a.?.,.— Wordt er in den Bijbel niet met allen lof vermeld, hoe de Heiligen, David in het bijzonder —..zekerlijk op grond van deze beltendige vcrmaanihg en belofte des _ Heercn — niet vreesden voor eenig kwaad of vijand, maar op God vertrouwden ? De gevallen zijn te meenigvuidig , brn ze aantchaalen. Zie alleen Ps. XXVH: 1, 3. Daarom zegt hij: Ten dage als ik zal vreézèn, als de vrceze mij zou bekruipen, zal ik op God verhouwen. Ps. LVI: 4. Zie ook vs. 12.

Mogten wij dan óók ftëeds , in navolging van die treffelijke voorbeelden , gelooven aan Gods beloften i fen uit dat beginfel, gehoorzaam zijn aan die vermaaning ! Dit is bctaamelijk. Dit zoude ons zalig zijn, en een 'gerust leven in God veroorzaaken, in alle de bezwaaren van ons leven.

Het zoude ook den Heere tot eere ftrekken,

Een mensch, die niet vreest, in eenige gewigtige gevallen zijnes levens, ten opzichte van zijn tijdlijk , of eeuwig belang, terwijl hij ontbloot is van eert Waar en leevendig geloof aan Gods beloften in Christus, die is, of verbaazend hardvochtig en onaandoenelijk, of hij leeft ongevoelig en zorgeloos. En dit heeft rampzalige gevolgen.

Die vreest, in bezwaarende omttandigheden van zijn leven, of tegen de eeuwigheid, geeft blijken, dat, althans, het geloof san Gods belofte in Christus, zeer flaauw, zwak, en verre af is van leevendig zich in hem te openbaaren. En dit verwekt B 2 ccn

Sluiten