Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( a3 )

Men genoot het Pnaschlam niet buiten de hoofdftad {Deut. XVI: 5, 6.). Dan waar vond Jefus hier huisvesting ? De Zoon des menfchen had niets, waarop Hij zijn hoofd kon nederleggen, {Matth. VIIl: 20.) Hij nam dus zijne toevlucht tot ene herberg , of tot de gastvrijheid, en zond tot bereiding van de heilige maaltijd Petrus en Johannes uit: {Luk. XXII: 8.) en waarom niet Judas Ifcariot, die het huishoudelijk bellier, gelijk in 't algemeen alle inkomften en uitgaven, bezorgde? De Godlijke Meester vónd dezen trouwlozen dienaar zijn vertrouwen niet meer waardig. Hij wilde dezen ongehoorzamen en bedilzuchtigen leerling niet meer met zijne bevelen vereren. In deszelfs plaats i'chikt Hij twe andere Discipelen, {Matth. XXVI: 18. Mark. XVI: I3Ï) Hij verwijst hen aan den eerften dienstknecht, dien zij bij de bron met ene waterkruik zouden aantreffen , met bevel om hem tot zijnen Heer te volgen. Hoe donker ook de aanwijzing fchijnt, zij bewijst echter genoeg , zo wel het vertrouwen der afgezondenen , als ook van Jefus, op een gunftig onthaal. Geen vroom lfraëüet mogt (naar de verzekering der Rabbijnen) aan vreemdelingen zijn huis, ter viering van het Pasfcha, weigeren. En hoeveel bekenden had niet Jefus , die met blijdfchap en vreugde, voor den Menfchenvriend , den Godlijken Geneesheer , Leeraar en Weldoener, zijn huis wilde openen? Jefus bedroog zich ook niet in zijne verwagting; de Difcipelen vonden alles , gelijk Hij het voorzegd had, den Dienstknecht , den Gastheer, de zaal met de gedekte tafel , en de rustbedden om den disch, geheel toebereid {Luk. XXII: 12, 13.) Het was een van Jefus vertrouwelingen , die hen ontfing, die dus 15 4 alles

Sluiten