is toegevoegd aan uw favorieten.

Agttien gemeenzaame en gemoedelijke brieven over den doop, aan den eerwaerdigen heere

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij mattheus xxviii, iq, 20- overwogen. I7t

,, ben, voegt er de Heiland bij: 'hen kereflde:\^T, Maer hier op vraegt de Doopsgezinde Leeraer; „ is er dan geen onderfcheid tusfehen iemand in de beginfelen eener wetenfehap te onderwijzen, en hem meer volkomen in de wetenfehap zelve te doen vorderen? Of kan iemand twijfelen aen de gepastheit, dat wij eerst gevestigd worden in de beginfelen derleerevan Christus, (om de woorden van den Schrijver aen de Hebreen te gebruiken) en dan, gedoopt zijnde, voortgacn tot de volmaking (*) ?" Dit meent hij is ook hier 's Heilands meening. En, fchoon deze twee Heeren hierin yerfchillen, veele geleerde Voorftanders van den Kinderdoop ftemmen met Dr. S. over een; waer van deze, om door geene aenhalingen te verveelen, alleen twee vermaerde Mannen, cén van ons, en één van zijn Vaderland bijbrengt. Ik meen den beroemden grotius, enden verftandigen enGodvruchtigen doddridge. De eerfte zegt: „ Ge „ lijk er een tweeërleij foort van leer ing is, het eene, „ bij wijze van inleiding tot de eerfle beginfelen, het ,, andere bij wij ze van meer. volkomen onderrichting" £want dit bedoelt hij duidelijk door Siixir^faf als overgefteld tegen s-»%üoi'^s'«») „ zoo fchijnt het eer,, fle bedoeld te zijn met het woord fathnuni, want dit „ zegt, aWt ware, zoo veel als, een aenvang te maken „ van leering, en dit moet voor deri Doopgaen; hetlaet,, fle fchijnt bedoeld te zijn met het woord liètirxM, dat „ hier na den Doop geplaetst wordt (f)-"

Dr.

(*) heereen vi, i.

(X) grotiüs in loc».