Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 1 503 ü

aantrekt en daarna wederom afftoot ? Zoo geeft de Heer nollet het volgend andwoord:

Een geëlektrizeerd lichaam fchiet van alle kanten eene vloeibaare ftof uit in de gedaante van waaijers, die om hetzelve een dampkring van eene bepaalde uitgebreidheid vormen. De afvloeijen-

de ftof,wier ftraalen van eikanderen wijken, wordt terzelver tijd door eene zoortgelijke vloeiftof vervangen, die in t'zaamenloopende ftraalen, door de reeds genoemde afvloeijende ftof, op het geëlektrizeerd lichaam aanfchiet.

Dewijl beide deze vloeiftoffen eene voordgaande en gelijktijdige beweeging bezitten , moeten zij beiden met zich voeren al wat onder haar bereik komt en beweegbaar genoeg is om aan haare werking te kunnen gehoorzaamcn.

Maar dewijl zich de beide ftroomen dier vloeiftoffen in eene tegenftrijdige richting beweegen, zoo moet het ligte lichaam, dat zich in den kring der werking van het geëlektrizeerde lichaam bevindt, aan de fterkfte magt gehoorzaamcn.

Wanneer dan het ligte lichaam dat men wil doen aantrekken, zeer klein, of van eene fcherp gekante gedaante is,als, bij voorbeeld, een ftukje bladgoud , zoo zal hetzelve door de aanvloeijende ftof naar het geëlektrizeerde lichaam worden toegedreeven, zonder dat de tegenftrijdige werking der uitvloeiende ftof zulks beletten zal; dewijl deszelvs van eikanderen afwijkende ftraalen of uitgefpreide waaijers niet meer dan nu en dan eens een geringen li 4

Sluiten