Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34 S. j. van de WIjNPERSSE over hêt

winnen, waarheid te vinden, ftrekt zeker tef ^bevordering van natuurkundige, redelijke volmaking. Maar zo dit nu gefchiede, ik zal niet zeggen, uit hoogmoed, 'uit winzucht, met oogmerk om daar doof anderen te onderkrui) pen ofte benadeelen , maar zo dit gefchiede op dien tijd, als Godsdienst, leerftoel, rechtbank; of andere pligten ons elders roepen, wordt dan niet dadelijk even hier door de zedelijke volmaking geftoord? (c).

. De Kantiaanfche Wijsbegeerte onderfcheidc Pdeze beiden ook zeer wel, 'en toont zeer opzettelijk en uitvoerig, dat zedelijk wel te handelen , geheel iets anders is, dan redelijke volmaakt* ''heid of gelukzaligheid te behartigen (d). Schoon /het in dezelve weder een ander uiterfteis, te beweeren, dat in de betrachting van pligt, in lhet gefieel geene drangredenen ait eigen belang, ^ontleend mógen gelden, en dus, het geen «deugdzaam is, altijd volftrekc belangloos moet „zijn (<?), en tevens te nellen, dat voor Kant ttiemand ooit het onderfcheid hier boven gemeld hebbe in het oog gehouden (ƒ> Het tegendeel doch is uit de fchriften van verfcheidene Wijsgeeren, zo wel als Godgeleerden, feenbaar (g~)& • ^

|. 14-

Sluiten