Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

<H<> S. j. van de WIJNPERSSE over het

noemen. Wat zal het dan voor bun te zeggen zijn, als die verblinding wijkt en de zonde zich in haren waren aart, en rampzalige gevolgen voor hun ontdekt!

Hoe veel te treuriger vooral zal dan het lot 2ijn van hem, die, tegen de overtuiging van zijn hart aan, de Deugd miskende, de ondeugd toejuichte en betracbtedé, te meer wanneer hij moetwillig anderen met zich medefleepte, in eene opzettelijke fchending dêr heiligde zedepligten? Welke pen is in ftaat het alles overklimmend gewigt van wee en elende, dat zullé èen beftaan zal achtervolgen in eenen toekomftigen ftaat van wedervergelding, na behoren té fcheifeti? Hierfchiet de levendigfte verbeelding zelve te kort.-

i 84.

Dan wij behoeven ter ftaving van hét onberekenbaar nadeel, van zulk eene denk- ett' handelwijs niet vooruit te zien, op den toekomftigen tijd eener rechtveerdrge Vergelding des Allerhoogften, noch dat geducht tijdftip in onze verbeelding te vervroegen. Reeds in dit leven zijn de vruchten derzelve allefontzettendst.

Zal ik hier uitvoerig handelen over het gemis van alle die zaligheden, die het heilig aan-

kle-

Sluiten