Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met ophelderende Aanmerkingen. Hoofdffc. VI. st

den flaap, noch uwe oogen aan de fluimering, maar maak u los, gelyk een rhee uit het net, f. of gelyk een vogel uit de hand van den vogelaar.

Gaa tot de mier, gy luiaard, let op haar en 6. wordt verftandig. Zy die geenen aanvoerder, 7. bevelhebber of regent heeft, zorgt in den zomer voor haar voedzel en vergaadert in den oogst haar onderhoud. Hoe lange, gy luiaard, 8. blyft gy liggen ? wanneer zult gy van den flaap 9. opftaan? Nog een weinig flaapen, een weinig 10. fluimeren — een weinig zich uitrekken —• wel n. draa zal de armoede u overvallen , gelyk een landlooper, en het gebrek, gelyk een firuikroover. (3).

Een deugniet is de valfche, die zyne woorden 12. verdraait (4), met zyne oogen ginds en herwaards gluipt (5), met den voet fpreekt, met 13. de vingeren flingert (6), kwaade ftreeken uit. 14.

denkt,

(3) Een lands-kneclit, of fpitsbroeder zoude ik in plaats van ftruikroover zeggen , indien het edel genoeg ware. De roover overvalt den flaapenden by nacht, en beneemt hem het zyne. Deeze roover is de armoede, die met de, luiheid binnen fluipt.

(4) Nu dus, dan anders fpreekt.

(5) Het afbeeldzel van een hoogmoedig mensch. Zyn oog werpt van ter zyde eenen verachtlyken blik op anderen.

(6) Gewoonlyk zegt men: met de vingeren wyzen, of

& 3 san-

Sluiten