Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Êefchryving der Roonhuizifche Werktuigen. 29

inbrengen, aan de regter zyde der Vrouwe voor haare heilig-zitbeens banden, en omvatten dus het agterhoofd met myne vingeren, en byna kan ik het zelfde doen met myn regterhand aan dees zyde , over het voorhoofd van 't kind. Zoo veel ruimte is hier overig.

Dewyl men dan dus niets vordert, tragt ik weder het. dwarfche hoofd wat regter te Hellen , en dat ook door middel van het gefpleeten eind van den nieuwen Hefboom. Dit gefpleeten eind breng ik in ter regter zyde, voor het zitbeen der Vrouwe, op, of eenigzins onder het agterhoofd van 't kind. Dus breng ik den Hefboom geheel zydelings in het bekken , en nu tragt ik daar mede, bynaar als met een' fcheppenden lepel, het agterhoofd op te ligten , en dus opligtende hetzelve meer tebrengen onder het fchaambeen, dat is in een bekwaamer plaatfing om gebooren te worden. Dit werk gelukt my zoo wel, dat ik den kruin bynaar midden onder 'c fchaambeen brenge, zoo dat hy van buiten gezien kan worden. Hierop myn Werktuig verplaatst hebbende, byna onder het fchaambeen,om verder het hoofd,als met den Hef boom, te doen geboren worden, voel ik het hoofd te veel waggelen onder myn

Hef-

Sluiten