Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GODDELIJKE WIJSHEID. 133

is vervolgens geenerleie betrekking of zamenvoeging der dingen noodzaaklijk en onveranderlijk, dan begrijp ik niet wat men bedoelt, als men zegt: de natuurwetten, of met andere woorden , de werkvermogens der dingen zijn onveranderlijk en eeuwig. Meent men alleen dit: Deze en die dingen, zoo en zoo zamengevoegd, hebben noodzaaklijk zulke of zulke uitwerkfelen; ja deze Helling alleen in 't afgetrokkene genomen , kan onveranderlijk , en zoo men wil, eeuwig genoemd worden. Maar, wat is dat anders dan : deze en die betrekking deidingen, en dus ook dit of dat uitwerkfel , kunnen als mogelijk worden gedacht; wie kan daar bij van eeuwigheid fpreeken ? Op die wijze in 't afgetrokkene, is elke zaak eeuwig, denkbeeldig naamlijk. Om kort te gaan , de dingen der wereld zijn niet noodzaaklijk op die wijze zamengevoegd, als zij thans zijn, de Schepper kan die op eene andere wijze onder elkander vereerngen , of nog andere dingen daar bij voegen, dan oefenen zij in eenen anderen ftand ook andere werkvermogens, zij werken naar andere wetten ; er zijn dus geene natuurwetten, die, zoo men niet blijft hangen aan het bloote denkbeeld van mogelijkheid, onveranderlijk en eeuwig zijn, er is dus ook geene zwaarigheid, dat wonderwerken dezelve zouden verbreeken.

Maar er zijn evenwel Natuurwetten; en op deze wordt inbreuk gedaan, zij worden opgefchort, zoo dikwijls een wonderwerk gefchiedt! Ook dit niet: De inrichting, of de wet der natuur met opzicht tot alle dingen, is deze: Zij werken, 't gene zij naar de omftandigheden waar in zij geplaatst zijn,en naar hare krachten werken kunnen , zoo lange zij daar in niet door eene hoogere I 3 kracht

Sluiten