is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandelingen over de goddelyke eigenschappen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»4*

OVER GODJ

eene plaats te gelyk is , dan ftryd het ook geenzins, dat Hy overal gezegd wordt te zyn.

Eneindelyk, wanneer men ltelt, dat God naar zyn Weezen niet Overaltegenwoordig, ot dat het zelfde is, maar telkens in een byzonder deel van dit Heel-al tegenwoordig, of ergens ingeüooten zoude zyn; terwyl zyne werkingen zich door het Heel-al verfpreiden, en overal befpeurd worden, gelyk zy ook tot onderhoud en beituuring van 't Heel al vereifchc worden: dan rr.oet volgen, dat Zyne werkingen van dat eene middelpunt in 't Geheel-al tot eenen onbegrypelyk verren afftandvan Zyn Weezen doordringen, dat Hy dus buiten dac middelpunt zyner Tegenwoordigheid overal afweezend werke , dat Hy buiten den hemel niets onmiddelbaar werke. En of nu die werkingen , afgefcheiden van zyn Weezen, niet van devoorftanders van dit gevoelen moeten begreepen worden als eene zoort van uitvloeizelen, hoedanigen, by voorbeeld , men van de zon befpeurd, die, wrt haar ligchaam betreft , haare (randplaats behoud , maar door haare (haaien , de uitvloeizelen van haare vuur en licht-deeltjes, over de geheele aarde verfpreid is ? En hoe djt met Gods Geellelykheid en Eenvouwigheid overeentebren» gen zy, of met andere Waarbeden (trooke, laaten wy nu onbepaald ; dewyl de gevolgen , die uit dit gevoelen ongedwongen vloeijen, klaar genoeg in het oog loopen.

Dit eene voegen wy noch met een woord hierby, dat wanneer wy de Stelling , God is Over-

alr>