is toegevoegd aan uw favorieten.

Alle de werken.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

74 ANTWOORD VAN JOSEPHUS.

in.

boek. XXV.

Hoofdft.

;

de zielen der godloozen, die uitzinniglyk de handen aan zichzelven gelegd hebben, in de duifternis der helle geftooten worden ; en dat god , die de Vader van alle Menfchen is , de misdaad der Vaderen op de Kinderen wreekt (è) ? Hierom is het, dat onze zeer wyze Wetgeever, weetende, hoe haatelyk zulk eene zaak by god ware, bevolen heeft, dat de lichaamen der geenen, die zichzelven verkortten, onbegraaven zouden bly ven tot aan Zonnen - ondergang ; daar men in, tegendeel de vyanden , die in den oorlog gefneuveld, zyn , eer begraaft (c). Ook zyn 'er Volken, die de. moorddaadige hand des geenen, welke verwoedelyk zich tegen

't

men deeze woorden opneemen, of wat daaruit befluiten? Zou josephus, gelyk veele Heidenen, geloofd hebben de verhuizing der ziel van het eene lichaam in het andere ? Gewis, dan verftondt hy de Heilige Schrift niet , waar van hy , bier hoven , zo hoog opgaf. Dan wy hebben te vooren iets van dien aart uit herodes mond, indien het niet van onzen Hiftoriefchryver zy , vernomen» naamelyk, maar ook om den dood onzer Gezanten te wreeken : want, 'fchoan zy dood zyn, ze zullen daarom niet nalaaien vóór aan 't hoofd van ons heir te trekken. Of denkt josErnus hier aan de Opftanding?

( b ) Zou god , de regtvaardige god , de misdaad dier Vaderen, welken zichzelven om hals brengen,

op de kinderen wreeken ? Deeze harde leer

van josephus, in een donker akelig hol gepredikt, verdient den dag niet te zien.

(c) Wy kennen zodanige Wet niet, welke van cod zou gegcevcn'zyn. Waarfchynlyk doelt josephus hier op eene Overleevering der Ouden, die dat gefteld heeft.