is toegevoegd aan uw favorieten.

Alle de werken.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JOSEPHUS HISTORIE. 103

bedriegers houden, die my van onwaarheid befchuldigen, en die, fchoon zyzich beroemen, dac ze de Aantekeningen van vespasianus en titus gezien hebben, echter gansch onkundig zyn van 't geen 'er onder de jooden, tegen wien die oorlog gevoerd werdt, voorgevallen is?

; Ik heb my genoodzaakt gevonden

deeze uitweiding te doen, om aan te wyzen, hoedanig eene kennis iemand behoort te hebben, die onderneemt eene Historie te fchryven. Ik meen, dat ik duidelyk getoond heb, dat het onder de Barbaaren [of vreemde Volkeren] meer in gebruik is geweest, oude dingen aan te tekenen, dan onder de Grieken.

IV. HOOFDSTUK.

Antwoord op \ geen dat men, om te toonen dat de Joodfche Natie niet oud is, zegt, dat de Griekfche Historiefchryvers daar met van fpreeken.

Ik zal nu het zeggen der geenen weder1 leggen, die beweeren, dat onze leertucht en wyze van Regeering niet oud zyn; waar voor zy geene andere reden bybrengen, dan dat de Griekfche Schryvers daarvan niets meiden. Vervolgens zal ik de oudheid onzer Natie uit de Schriften van andere Volken bewyzen, en de kwaadaartigheid van zodaanigen, die ons dus G 4 be-

IV.

Hoofdft.

I.

BOEK. III.

Hoofdft.