Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MONOIKIA. 223

het Blad van Bingelkruid is toegefchreeven. Als eene Verfcheidenheid wordt hier t'huis gebragt de Kleine Westindifche Doove Netel, die Aairen draagt, van Sloanej welke veele verfpreide dunne Stengen heeft en gedeelde, Zaagswys' getande Bladen, die domp en naakt zyn , brengende dikwils twee Aairen aan de toppen der Takken voort,. waar in veele Mannelyke Bloemen boven de Vrouwelyken zyn, met Eyronde fpits getande Blikjes omgeven. Op Zandige Velden, rondom de Hoofdftad van Jamaika , groeitze veel.

(4) Tragia met ftomp Lancetvormige, eenigermaate getande Bladen.

Deeze kleine brandende Ricinus, met Eike! booms-Bladen , van Plu ken et , groeit in ï Virginie.

(5) Tragia met ftomp Lancetvormige, effenrandige Bladen.

Deeze is Heesterachtig en heeft Bladen als die van Vlaschkruid , gelykende in Geftalte

naar

(4) Tragia Fol. Lanceolatis obtafis iubdentatis. Ricinu' parvus nrent, Fol. Quercinis Virginianus, Plok. Alm. 32». T 107. f. s.

(j) Tragia Fol. Lanceolatis obtufis integerrimis. Fl. Zeyl 33$. Chamaclea Fol. linèaribus, Flofculis fpicatis, echinatc Fruftu. burm. Zeyl. $9. T. jz. Codi-avanacu. Hort. Mal II. p. «3. T. 34. RAJ. Hijl. 1710. Tithymalus tenuifoliti aquaticus, Fol. raris. Burm. Zeyl. 225- burm. Fl. Ind. p i 19S.

II. Deel. VI. Stuk.

III.

Afdeel»

xix. Hoofd»

STUK. Triandria.

IV.

Tragia u-

brandende. V.

Chami.Ua, Smalbladige.

Sluiten