is toegevoegd aan uw favorieten.

Handleiding tot de plant- en kruidkunde [...] volgens het zamenstel van C. Linnaeus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Te trandria. 233

de Engeirchen Teafel of Tas/el, de Duitfchers IV. Kartendistel. A™*EL'

Dit Kruid, wild groeijende, gelyk het over-Hoofovloedig voorkomt door geheel Europa, zelfs inSTUK' onze Nederlanden, doch niet in de NoordelykeB;a^<"!''*r" deelen, en ook in Virginie; maakt een Steng van drie of vier Voeten hoog, die taamejyk dik is en ruuw door korte Doorntjes. De laage Bladen , die zig Scheedswyze om de Steng voegen, zyn Zaagswyze getand; de bovenlfen langwerpig en effenrandig. De Steng verdeelt zig en is aan 't end gekroond met de gezegde Bloemhoofdjes, die een ongemeen grooten Stoel hebben, Rolrond, aan 't end ftomp, met ontelbaare Bloempjes bezet, die op ryën liaan, blaauw van Kleur. Deeze zyn afgezonderd door Schubben, welke in fcherpe Punten uitloopen, die in de tamme of Zaay - Kaarden , gelyk dezelven tot gebruik geteeld worden, Haakswyze omgekromd, en dus tot Vollers Kaarden dienftigzyn. Deeze Iaatfte heeft de Bladen om de Steng famengegroeid, en maakt dezelven hier door bekwaamer, om het invallende Water te vergaaren en lang te behouden, dan de Wilde; die voor 't overige daar van weinig verfchilt. Zy groeit wel tot zeven of agt Voeten hoog.

Dit Water is van de Ouden tot wegneeming der Vlakken van het Aangezigt, en door Boerhaave zelfs tegen ligte Oogkwaaien , aangepreczen. Sommigen zeggen, dat het dient tot wegneeming der Wratten. Het Loof is een P j Smaa-

ii. Deel. vu, stuk.