is toegevoegd aan uw favorieten.

Handleiding tot de plant- en kruidkunde [...] volgens het zamenstel van C. Linnaeus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

P O L Y A N D R I A. 229

De Vezelachtige Wortelen met kleine Bol letjes, die, los raakende, weder een nieuw Plant je uitleveren ; maaken hetzelve tot een zee laftig Onkruid in de Tuinen. Het heeft getakti kruipende Stengen, met lang gedeelde, fomtyd Hartvormige , fomtyds hoekige en Klyfachtigi Blaadjes , welke niet zelden gevlakt zyn. Be halve 't gewoone is 'er eene Verfcheidenhek van , met grooter Bladen en Bloemen, welke dikwils Takkige Stengetjes en den Kelk meesi vyfbladig heeft, terwyl in 't andere de Kelt doorgaans drie- of vierbladig is , zo Boerha ave aantekent.

Die zelfde Hoogleeraar hadt het Afkookzel van de Bolletjes der Wortelen dienllig bevonden tegen de Aambeijen, tot welker verzagting een Smeering , daar van gemaakt , of het gekneusde Kruid in Stooving opgelegd, zeer u aangepreezen geweest : doch men zal daar in, of in 't gedeftilleerde Water, vrugteloos eenige byzondere Geneeskragt zoeken.

(10) Ranonkel met Niervormige byna driekwabbige gekartelde Bladen, een ongesteeld

Steng-

( 10) Rar.unealas Fol. Renilormibus fubtrilobis crenati! &c. lACCi- Vini. 249- kram. Auftr. is9- gouan Monsp. 16,. Aconitum Pardalianches feu Thora major 8c minor. c. B. Pin. 1S4-. Thora majir & minor. cam. Epit. 825, 82S. Hall. Hilv. 317. Thora Valdenfis. Dod. Pempt. 443. Phthora Valdenfium. Lob. 'Ïc 604- Thora Fo.'io Cyclaminis. J. B. Hifi. in. p. «50.

P 3

II. DEEL. ix. stcx.

. IV.

Afdeel.

■ xiv. ; Hoofd•

, «tuk,

\ Polygy. ' nia.

I

x.

Ranmcutui

Thora. Waldenfer,