is toegevoegd aan uw favorieten.

Handleiding tot de plant- en kruidkunde [...] volgens het zamenstel van C. Linnaeus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S Y N O E N E S I A. IQI

fchil aan van deeze vier, waar van de eerfte in AfIv^l; Spanje is waargenomen , hebbende het Sten- XXj/ getje maar twee Du;m hoog,- de anderen in ons .ioofdWereldsdeel hier en daar , zelfs in Sweeden ««^ groeijen. De Bergminnende komt aan Zandige

nttvfari».

Wegen en op Zaaylanden in de Wouden van Friesland voor. Dit is. een niet minder klein kruipend Plantje dan het volgende, 't welk zo wel in Engeland als in Vrankryk groeit. Het laatfte heeft in Switzerland de Steng een Voet en fomtyds een EUe hoog , zo de Heer Halle r aantekent, zeer Takkig en Wollig, niet minder dan de Bladen, welke zeer fmal zyn. De Bloemen , by troppen vergaard, zitten over de geheele langte der Stengen in de Oxelen, en maaken dus lugtige Aairen, aan 't end der Takjes. De Kelk is Kegelachtig, geheel Wollig, uit den groenen wit. De Blommetjes in de Omtrek zyn Vro welyk , met. het Pypje naar gewoonte tweehoornig en een fcöraal Trechtertje; die van 4t midden tweeflagtig en zeer klein. Het Zaad is zekerlyk gepluisd (*;.

(7) Reurkruid met een zeer eenvoudige Steng; ^u^'l*-

het gnt;Oo Hum* Le.uwen-

(*) HALL' lUlv. ineheat. I. p, 67. P00t" (7) Filage Caule fimplicisfïmo , Capitulo terminali ,Brac-

teis hirmtisfimis ladiato. SCOP. Carn. 26S. Jicq. Vind. ifO.

Gnaph Alpin. magno Flore. C. B. Pin. »6*. Gnaph. Alp.

Clus. Hifl. t. p. 3*8. Pinn. p. 49t. Leontopodiurn. DOD.

tempt. 68. SCOP. Ann. II. p. «3-

Gj

II. DEEL, XI. STUK.