Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

26 B e s'-e h r y v;i n g v a u

VIL

Afdeel,

11. Hoofdstuk.

JPaardeJjtMrt.

III.

Equifetum Pahijire. Moerasfig.

1

i j

„ het geluid daar van zelfs kan hooren. De „ Zaadelyke Ligbaampjes, naamelyk, bewee„ gen en draaijen zig , door een ingeboren „ Veerkragt.- De Bolletjes zyn byna allen „ voorzien met twee Pooten tot vyf toe; „ waar van het uiterfte end, gefpleeten , zig

weder'famenvoegt als een Strik. DieBeent„ jes ontfpannen zig met een 'groote Veer„ kragt , en doen de Bolletjes , verfcheide

Minuuten lang, tot eenigen afftand huppe,, len. Dus overtreft deeze zeer gemeene „ Plant alle bèweegingen van het gevoelig , Boomvaren en de Mimofa ,grootelyks, in i vlugheid en aanhouding (*).

(3) Paardeftaart met eens hoekige Steng; kit Loof enkeldbladerig.

Deeze Soort, die aan een taamelyk groote zwarte Aair , op de gebladerde Steng, keriaaar is, komt ook vry algemeen in Europa, :n dikwils op vogtige Velden, doch ook wel

op

C*) Hali.. It. Helveticum. Opitsc. Bot. p. 281.

(3) Equifetum Caule angulato, frondibtis fimplicibus. Gort. Belg. 11. p. 275. Eq. Setis fimpl, internodia vix uperantibus. R. Lugdb. 496. Ft, Suec. 835 , 929. Eq. Paluftre. Ft. Lcrpp. 392. Eq. Paluftre brevioribus Setis. 3. B. Pi". 16. Theatf. 242. {$, Eq. Paluftre minus 'poyftachion, C. B. .Pw. 16. Prodr. 24. Rat. Angl. III. i. 131. T 5. f. 3, Eq. Caule fulcato, Ramis multiflois, Foiiis,indivifis. Hali.. Helv, weimt, 111. p. a. N< 677.

Sluiten