Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 25 )

***** Tocn vierde nien zijn hatelijk hart den ruimften teugel. Toen kon men gene wreedheden ijsfelijk genoeg uitdenken om zijnen weerlofen medemensen te martelen. Toen joeg men alles in,het harnas tegen den menschlievenden — zelfs onder den fchijnheiligen naam van Gode enen dienst te doeu. -—

Indien gij immer - Christen! in de handen van zulke vvreedaarts - van zulke ontmenschte zoudt mogen vervallen, moet gij hen liefhebben, zegenen, weldoen, voor hen bidden. Gij moet ze lief hebben, en dus bewogen zijn met hunne rampzalige gefleldheid. Vervloeken zij ' u, zegen gij ze, en wensch hen het beste heil toe. Doet zich maar enige gelegenheid op om hen wel te doen, grijp die volvaardig aan. _ Vooral verdubbel uwe finekingen voor hen tot uwen Vader, op dat hen niet rechtvaardig vergolden worden naar hunne boze werken: maar dat zijne ongehoudene genade hen tot bekering leide. —

Zo baden moses (Exol XXXII: 32.)

B 5 CHR|Sf,

Sluiten