Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32 OVER, DE VOOR.WERPELYKE GR.OND

B. Ik begryp dan, dat gy het niet eens zyt met de zulke die de grond van haare vrymoedigheid in haar zelve flellen; ik heb daar ook zeer veel tegen, want dat is niet anders dan eene Pharizeenfche grond, en een oprigten van eigene gerechtigheid , neen de grond moet niet in ons, maar buiten ons geftelt worden ; maar hoe moeijelyk word den Zondaar van zyne wettifche begrippen afgebragt , hy wil maar niet geloven dat hy in zyne tegenwoordige ftant vryheid heeft, om zoo als hy is, Jefus voor zig te omhelzen, maar wil eerst, dit en dat in zig zelve bevinden.

A. Ik heb ook zeer veel tegens die denkwyze, dus zoude wy dit ftuk kunnen laaien leggen, evenwel oordeel ik het nodig daar nog wat by ffil te ftaan; gy moet niet denken dat dié menfchen van oordeel zyn , dat ze de gronden van haat vrymoedigheid in haar zelve ftellen, zy meene dat die hoedanigheden en werkzaamheden voorwaarden van het Euangelium zyn, waar aan de beloftens van Zaligheid zyn vast gemaakt, by voorbeeld Matth. V; 6. zegt Jefus Zalig zyn de hongerige en dorjlige na de gerechtigheid, en Cap. XI: 28. belooft hy de vermoeide en belaste ruste te geven. God verklaart dat Hy woone wil by die énes verbry zelden ende neder igen Geest sis. Jef. LVII: 15. en de Mesfias, Jef. LXI: 1. dat Hy gezonde was om te verbinden de gebrokene van herten.— ca by tegenRellinge dat Hy de hongerigen met goederen

Sluiten