Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34 LODEWYK DÉ- XVÏ.

opredden; Tifon ' en zijne vrouw hielpen mij Hechts alléén bij dit zoort van bezig* heden, Het was niet allsen tot het bedienen, dat men hen in den Toren had geplaatst: een rol van meer aanbelang was hun toevertrouwd; zij moeiten alles opmerken, wat aan het toeverzicht van de Municipalen had kunnen ontfnappen, en de Municipalen zelfs aanbrengen. Het begaan van misdaden was zeker ook begrepen in het ontwerp van hun, die hen gekozen hadden: want de vrouw van Tifon, die van eenen vrij zachtzinnjgen inborst fcheen, maar die voor baren mm zidderde, heeft zich naderhand door eene fchandelijke aanbrenging tegen de Koningin doen kennen, waar na haar eerlang toevallen van krankzinnigheid zijn overgekomen ; en Tifon, een gewezen Commis aan de Barrières, was een grijsaard van eenen wreeden en ondeugenden inborst, onvatbaar voor eenig gevoel van medelijden, en vreemd van alle bezef van tederheid. Ter zijdè van het deugdzaamfte, dat op het aardrijk beftond, hadden de zamenzweerders willen plaatferi het verachtelijkfte, dat zij konden vinden!

Sluiten