Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ÈN AFNEMEN VAN DEN iVÏÊNSCH.

493

derzelver lichaamen (diaphyfis), ten naatiwftenmet dezelve vereenigd te worden, en als 't waare tezaa* men te vloeijen.

Aan den mannelyken ouderdom, Welke het grootfte cn voortreiTelijkfte tijdvak van 't menschiijk leven uitmaakt , is ten opzichte van de lichaamelyke verrichtingen , het leven , 't welk men het grootfte noemt (§. 57.}, naamelijk de hoogfte kracht en bejiendigheid van hetzelve; - doch ten opzichte van de vermogens der ziel het uitnemend Voorrecht van een ryper oor des!, eigen.

§• 652.

De voorboden van den naderenden ouderdom (fenücm), zijn in de vrouwen het ophouden der maandflonden (§. 5470? 'm de mannen hunne traagheid tot den wellust, doch in beiden de overvallende zogenaamde droogheid des ouderdoms *> en den allengs bemerkbaare afneming der levenskracht.

§• 653-

De verkleumde ouderdom eindelijk, heeft tot medegezellen, eene toenemende ftompheid zo vaa

*) joach. h. gep.net De ficciiaiis fenllis ejjecllbus. Lïpf. 1753. 4*9;

Sluiten