Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

494 OVER HET TOENEMEN, STILSTAAN

de uitwendige als inwendige zinnen j de noodzaajkelijkheid van langer te flaapen, en de loomheid van 'alle de verrichtingen der dierlyke huishouding, geene uitgezonderd. De haairen worden grijs, en vallen ten deelen uit. Ook vallen de tanden allangzaamerhand uit. De hals kan het hoofd, en de beenen kunnen het lichaam niet langer naar den eisch overeihde houden. Ja de beenderen zelve, die de Hutten zijn van 't geheele lichaam *)j teeren als 't ware uit.

§• 654.

Èn zo zijn wy eindelijk gekomen aan 't, laatfte perk der Natuurkunde van den mensch, aan den dood zonder ziekte f), of het fterven uit ouderdom ( 6k'3w««« fenilis), welke de eerfte en laatfte grenspaal is van de geheele Geneeskunde, welker oorzaaken uit het geen tot hiertoe gezegd is, gemakkelijk van zelf kunnen opgemaakt worden §).

*) Ik herhaal hier niet, wat ik van dat merkwaardig aftemen , het geen men in dc beenderen der oudelieden bemerkt, wijdloopiger gezegd heb in mijn Eeenkundig Werk pag. 36. fq.

'f) g. gottL. richter De morte fine motie. Goetting. 1736. AtO.

$) jo. oosterdyk schacht Or. qua fenile fatum inevitabili necesfitate ex hum. corp. mechanisme- fequi demonfiratur. Ultrajf 1729. pa.

Sluiten