is toegevoegd aan uw favorieten.

Over den brief van Paulus, aan de Philippensen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

P H I L I P P IV: vs. 8, 9' 433

|i in de banden mijner gevangenisfe. Door het „ genot van Gods liefdevolle tegerjwoordigZ heid in Jefus Christus is mij de keten,waarmeê ik omvangen ben, zagter dan fluweel; k en de bevordering des Euangeliums, die daar I door veroorzaakt is, maakt mij dezelve tot . eenen diamanten armring, tot een gouden ke-

3, ten aan mijnen hals. Zoo zal het ook u gaan, „ indien gij doet, het geen gij in mij gezien 3, hebt. In eenen overloop van groote wate| ren zullen zij u niet aanmaken. God kan | den duivel en deszelfs inihumenten bedwin,3 gen. Maar, al wierdt gij ook door denzelven 3, onder zijne toelaating in de hoogfte maats „ verdrukt en vervolgd, wat zwaarigheid? God b, zal met u zijn;"

- Maar in welken zin komt hier God voor onder de benoeming van den God des vredes, en waartoe deze omfchrijving van denzelven? Dezelve komt elders meermaalen voor, en vertoont ons God,bijzonderlijk ter dezer plaatze, in eene driederleie alleraangenaamfte betrekking; vooreerst als dien God, die de herfteller is van den verbrookenen vrede, hebbende zig zeiven in opzigte tot de fchending van de regten zijner hooge majesteit, door het lijden en fterven van zijnen eigenen, eenigen en eeuwigen Zoon, zulk eene voldoening verfchaft, dat Hij ten dezen aanzien volkomenlijk bevredigd is; zoo dat nu voor het gantfche menschdom de II. Deel. Ee weg