Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

28 OVER DE GODLIJKE VOORZIENIGHEID

fheM> werkzaamc vroomheid on-

de.' ons hun verblijf hebben; dat deze heerlijke, godlijke deugden niet ten grooten deele de dwaasheden en zonden, die onder ons heerfchen, vergoeden en overhaalcn zouden. En daar o-fj myne aandachtige Toehoorers! u daarover zoudt beklaagen en van het klaagen geen einde maaken, zoo gy onder enkel booze en geheel verdorven menfchen moest leeven, zoo uw leeven en uw eigendom geene veiligheid hadden, en gij zelf m uwen nood zonder troost, ZOnder toevlugt en verkwikking zijn moest; daar gij geene taal zoudt hebben die in haat was de ellende afte. fchilderen, wanneer kinderen zonder opvoeding armen en noodlijdenden zonder hulp en bijhand weduwen en weezen zonder troost en verkwik' king moesten blijven , o ! verblijdt u dan nu harthjk, dat er zoo veel goeds en nuttigs in Gods fchoone waereld , dat het zelve zoo menigvuldig is; dat, onder zoo veele booze menfchen, zich ook nog zulk een aantal goeden bevindt, en dat, met zooveele fchadelijke eigenfchappen derzelve wederom zoo veele nuttige en heilzaame gemengd zijn; verheugt u deswegens, en bemint zooveel te inniger uwe goede deugdzaame broeders en zusters, en prijst des te leevendiger dien God, die wijsheiden deugd

be-

Sluiten