Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ÏKTiRRofiATiE; Exclamatie enz. 509

'* is ziek' Wat fcheelt het ü , of hij dood is3 „ dan of hij leeft? Want zo hij heden kwam. 9, te fterven, zoudt gij daadelijk eenen anderen PhiJippus verwekken." Dit alles zonder Vraagen uitgedrukt, zou flaauw en krachteloos geweest zijn; maar het vuur en de leevendigheid, welke in deze manier van vraagen ligt, wekt den Toehoorder op, en treft hem veel fterker.

De Vraag kan vaak op eene gepaste wijze gebruikt worden °<* dan, wa„neer er geene fterker gemoedsbeweeging plaats heeft, dan natuurlijk m het maaken van zekere gevolgtrekking en m ernstige redeneering ontftaat. Maar Uitroepen komen in heviger gemoedsbeweegingen te pas; zo als in Verbaasdheid, verwondering, toorn, blijdfchap, droefheid enz.

Heu pieiaU htu prifea fidal invittaqut btllo Btxttra.

Beiden, zo wel de Vraag als de Uitroep, e* Ja 't gemeen alle hartstogtelijke Spraak-figuren, werken op ons door middel van Sympathie. Deze is eene zeer vermogende en uïtgeftrekte Natuurdrift, welke ons geneigd maakt om dat zelfde gevoel en die zelfde drift aan te neemen, welke wij bij anderen zien uitgedrukt.' Het is een gevolg der Sympathie, dat niet zelden een enkeld menfch , welke met zichtbaare tekens van droefheid of vreugde in een gezelfchap verfchijnt, in een oogenklik deze geMm moeds«

Sluiten