is toegevoegd aan uw favorieten.

Lessen, over de redekunst en fraaie weetenschappen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

442 Algemeene Bladwijzer.

Tacitus, bl. 37

Lesfen voor Gefchiedfchrijvers. " ald. Hoe zij de deftigheid in hun verhaal moeten - bewaaren. 43 Gevaarlijk de karakters te fijn te fchilderen. 51 Italiaanfche Gefchiedfchrijvers. 53 Franfche. 55 Engelfche. 56

Gesfier. Karakter van zijne Idyllen. III. 143 Gevolgtrekkingen in het flot van een Preek, wat

daarin vereifcht wordt. II. 329 Gezel/cbappen om zich in het welfpreeken te oef-

fenen aangepreezen. II. 385

Regels daaromtrent. 3^(5

Gezwollenheid in den ftijl. I. 125

Gil Bias van Le Sage; karakter, van dien Roman. III. 91

Girard. Synonymes Frarjcoifes. I. indeAant. 255 Godbeden , Heidenfche , waarfchijnüjke oirzaak

van derzelver groot aantal. I' 465

Cordon, zijne onnatuurlijke woordfehikking. i. 346 Gorgias van Leontium , de Rhetoriker. Zijn

karakter. II. 88

Gotbifcbe poëzij. III. 104 Graccbus. CC). ZiJne redevoeringen werden naar

de toonen van de Mufiek uitgefprooken. I. 371 Griekenland. Kort verflag van deszelfs oude Republieken. IJ. 81 Welfpreekendheid daar zorgvuldig beoeffend. 82 Karakter van deszelfs voornaamfte redenaaren. 85 Oirfprong en karakter der Rhetorikers. 87 Griekfcbe taal, bij uitftek welluidend. I. 172.36P

t Haare buigzaamheid. 268

Haa-