Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE GRIEKEN.

108 ALGEMEENE

gefteltenis uit, en ftondt onder het bedwang der Wetten. Het ftrenge Sparta floeg 'er agt op , als een ftuk van die aangelegenheid, dat alle nieuwigheid in de Muzyk daar ftrenglyk verbooden was. Plato beweert de noodzaaklykheid dier Wet: waar voor ik geene andere rede kan vinden, dan de wonder verregaande aandoenlykheid der Grieken, en de fterke indruk, dien wel zamenftellende klanken op hunne gemoederen maakten.

Men hadt de voordeelen der Zang-en Speelkunfte ondervonden , zo in het befchaaven der Volken, en het leenigen hunner ftuurfche Zeden, als in het opwekken van den heldenmoed der Krygsknegten, en het inboezemen van liefde tot de deugd en grootfche bedryven, door den lof aan groote Mannen toegezwaaid: want de Zang-en Dichtkunde gingen hand aan hand, en ftrekten ter bereikinge van dit zelfde einde. Met één woord, de Muzyk maakte een weezenlyk gedeelte uit van de opvoeding der Jeugd. Polybius, die ernsthaftige en oordeelkundige Schryver, merkt aan, dat dezelve zo noodig was voor de Arcadiërs in 't byzonder, dat een hunner Steden, Cynetha, die kunst verwaarloosd hebbende, berugt werd door verregaande wreed- en barbaarschheden, van welke men daar anders weinig voorbeelden hadt. Plutarchus beweert, in zamenftemming met de beroemdfte Wysgeeren, dat de Muzyk een allerheerlykst middel is om de driften te ftillen, den geest en het hart te regelen. Maar hy bedoelt, dit zeggende, een Muzyk, die manlyk, een-

vou-

Sluiten