Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENIS. 161

maan by zyn uiterfte, „ in 's vyands ne„ derlaag, troost zoekende over zyn ver,, lies."

Philips de II, Koning van Portugal s geworden zynde , hadt den Hollanderen , niet dan by oogluiking, toegeftaan hunnen handel op Lisfabon te dry ven; zints dien tyd fpitften zy hun vernuft op de vaart na Oostindie, waar van de Portugeezen, omtrent eene eeuw , ongeftoorde bezitters geweest waren. De eerfte proeve, fchoon ongelukkig, fchrikte de onderneemzieke Hollanders niet af; eene tweede beantwoordde beter aan 't oogmerk, en zy werden tot het doorzetten te fterker aangedreeven, toen philips de III, door een ftreng verbod, allen handel van de Vereenigde Nederlanden op Spanje en Portugal zogt te weeren; dit deedt hun yver , om alle Oostindifche Koopmanfchappen, welke zy voormaals gewoon waren uit Portugal te haaien, en overal te vertieren, op den eigen bodem te zoeken, bet ontvonken: en kragtig genoeg werken, tot het te boven komen der zwaare hindernisfen van veelerlei aart; zy wisten hunnen handel door te zetten, en zich gedugt of aangenaam te maaken op de Molukfche Eilanden, op Malakka, Sumatra, Ceilon, en de wyduitgeftrekte kust van Cochinchina.

Zeer namen de Oostindifche Rederyen toe: om die op beter voet te houden, en tegen de vyanden te befchermen, werd, by de " algemeene Staaten, beflooten alle die Maatfchappyen tot ééne enkelde te brengen y door een Octrooi te bekragtigen en de bes-

VIII. deel. L te

XII.

TYDPERK.

De Nederlanders zoeken rien Handel op de Oost-Indien, en flaagen in die onderneeniing.

De Oostindifche Uaatfehappy opgwigt.

Sluiten