Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*4 De BETREKKING der

anderste verhaalen ware, en zonder eenige betrekking tot het verfchillende belang , hetwelk de Leezer of Hoorder daarin neemen zal. In dien fmaak verhaalde eertyds de mensen, die nog niet gevormd was door geleerdheid of oefening; in dien fmaak verhaalt hy nog. Want hy onderfcheidt de denkbeelden of trekken niet genoeg naar hunne rechte waardy, en omdat zy allen by hem in denzelfden graad levendig zyn , ftelt hy dezelve ook met dezelfde uitgebreidheid voor. Het is waar, dat 'er, wanneer men tot de eerfte bron terug gaat, inderdaad gebrek aanbefchaafdheid, dus zekere onvolmaaktheid ten grondflag ligt, en dat deeze toon van de eene zyde een minder aangenaam gevoel in ons achterlaat. Maar van eene andere zyde beminnen wy denzelven evenwel Eensdeels wordt hy meestal kennelyk in zekere natuurlyke eenvoudigheid , anderdeels veroorzaakt immers de volmaaktheid yan den onderzoekenden geest, welke tot een duidelyk voor [tel noodzaakelyk is, ons ook vermaak. Wy leezen de befchry vingen van Homerus gaarne, ook dan wanneer zy zich in niets beteekenende kleinigheden verliezen, en vergeeven 't hem, dat zy veelal in 't geheel niet geëvenredigd zyn aan het gewigt van de zaak, en aan het geheel (*). Een gedeelte van dit vermaak, 't welk ons de verhaalen van dien aart in oude werken aangenaamer

maakt,

(*) Wanneer deeze evenredigheid ook zelfs in het duidelyk voorftel of in hel Detail nog waargenomen is verwonderen wy ons over zodanige werken , als verhevene trappen in de kortst, by voorbeeld in Richardson, die my hieromtrent altyd nog voorkomt als de eenigfte in. zyB

Sluiten