Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Romens Ondergang. 21 r

Romen inneemen en verbitteren moet, dat het vrolijke , aangenaame en weelderige leven des gemeenen Volks in Romen, en de trotfche pragt der Stad zelve , alleen op roof en plundering , gevestigd was. Maar waarop zou men deze ook anders hebben kunnen vestigen, in eenen tijd , dat de velden rondom de ftad , in enkele lusthoven , veranderd waren , en dus de eenige zoort van kunst en vlijtbetooning , welke tot dus verre nog plaats had , de akkerbouw , ophield, de luiheid en ledigheid daarentegen algemeen toenam en de overhand kreeg , en de middelen tot onderhoud geheel afgefneeden wierden ? Geen gebouwd land , maar alleen lusthoven kon C/esar in zijne nalaatenfchap, aan Romen ten gefchenke geeven. De Wingewesten moesten het volk in de ltad voeden; en dit kon niet anders, uit hoofde van de lusthoven , de tuinen , en de bosfchen der Rijken , en de levenswijze der Geringeren, die den geheelen dag, in het Amphitheater , en op de markt, doorbragten. Wat de Stadhouders in de Wingewesten niet, voor Romen , eischten , dat vorderden zij voor zich zeiven: en wanneer dan zulk een Stadhouder dezen zijnen post verliet, dan moest het Volk, over het welke hij het bewind voerde , en dat zijn geweld gevoelde , hem nog een getuigenis geeven, dat hij hetzelve wel geregeerd had ; en daar mede ftelde deze Onderdespoot zich zelven , voor het vervolg, tegens alle aanklagten, zeker. Dit was een der misbruiken , welken Augustus tragtte te verhinderen. Wat zouden wij zeggen , wanneer gehoorzaamende Onderdaanen thands zulk eene fmaatlheid ondergaan O a moes*

Sluiten