Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gregorius de zevende. 435

de geheele waereld zou worden aangemerkt, als ware zij den Roomfchen ftoel onderworpen. Om deze reden beval hij, dat niemand in Spanjen de landen der Moor en veroveren mogt, dan onder voorwaarde, dat zij die , als een Leen van den Paus, zouden aanneemen; en dit wel op dien grond, dat het geheele Rijk aan den Apostel Petrus had toebehoord, eer de Moor en daarvan meester wierden (*). In Frankrijk vorderde hij, ten bewijze van onderdaanigheid, eene belasting van elk huis (f). Hongarijën noemde' hij, in eenen brief aan derzelver Koning, het eigendom van den Roomfchen ftoel (§), en even zoo fprak hij ook van Sardiniën (**>. Omtrent Saxen beweerde hij, dat Karel de Groote dit land aan den Roomfchen Bisfchopszetel gefchonken had (ff). Met de7z Deenfchen Koning had hij ook te doen; egter wil ik hiermede niet beweeren, dat Suend Estkitsen hem, zoo als zornmigen meenen, beloofd had het Rijk aan den Roomfchen ftoel cijnsbaar te maaken : maar genomen dat hij dit gedaan had, wat zou dit dan meer geweest zijn, dan het gene in andere landen plaats had? Zoo veel weeten wij egter, dat Gregorius dezen Koning aanbood, om nzM Italiën te koomen , en daar eene Provintie, welke, volgends des Pauzen uitdrukking, door Ketters bewoond

(*) Spilt. Lib. I. Ep. 7. & Lib. IV. Epift. 48; (f) Epift. Lib. VIII. Ep. 25.

(§) SanftK Romanaj ecdeus proprium. Epift. Lib. II Ep. 13,

(**) Epift. Lib. VIII. Ep. to. (ff) Epift. Lib. VIII. Ep. 25.

Bh 3

Sluiten