is toegevoegd aan uw favorieten.

Fanny Wilkes.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. BOE K,

&35

papier in eigen handen over te geven, en zal dus niets melden wegens de droevige omftandigheden van mijn Heer Uw Broeder. Ik zal mijne gefchiedenis voor U vervolgen , fchoon ik , om dat mijne tegenwoordigheid alle oogenblikken bij onzen zieken nodig is, verpiigt zijn zal, dezelve pu en dan af tc breken."

$ * è

„ Zo dra wij in den wagen zaten, begon de Lord zeer zagtzinnig met mij te fpreken, en vraagde mij, waar ik zo lang vertoefd had? Ik gaf hem geen antwoord. Ik kan niet zeggen, dat ik bedroefd was. Neen, ik was ftuursch van fpijt. „ Bekommer U niet," zeide hij, terwijl hij, niet mij, maar den doek kuste, dien men mij om den mond gebonden had. ,>, Ik heb de beste oogmerken met U." Hij ging voort, met dergelijke taal al verder uit te ftooten; doch ik fprak op alle zijne zwetferij geen enkel woord. Wij hadden reeds een uur gereeden, toen ik bemerkte, dat wij buiten London waren, en dat de weg waarfchijnlijk naar een Landgoed heen leidde, Zoudt Gij wel gclooven, dat ik thans niets meer wenschte, dan op de plaats mijner beftemming te zijn? Mogelijk is deze toeftand van hart een niet geheel zeldzaam verfcMjnfel. Ik had niets, ■vb.'.t een ligt nacht-gewaad kunnen aantrekken,