is toegevoegd aan uw favorieten.

Hedendaagsche historie; of, Tegenwoordige staat van Groenland, en Straat Davids.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Afd.I. Van de Leevenswijze der Groenlanderen. 159

huizen niet. Van binnen is de wand met oude tente- en boot-vellen behangen, welke vellen aan denzelven vaft gehecht zijn door nagelen, die uit de ribben der zee-honden gemaakt worden ; dit doen de Groenlanders om hunne wooningen van vochtigheid te bevrijden; ook dekken zij met die vellen hunne daken.

Van het midden des huizes af tot aan den wand ftaat naar de lengte ,een voet hoog van den grond af, eene bedofleger-ftede van planken, diemet vellen overdekt is. Deze is doorpoften,die het dakftutten,en door vellen, die totaan den wand rijken, op de wijze van eenen paerden-ftal, afgeperkt. Elk gezin, (van vier tot tien familien woonen in één huis) bezit zulk eenen ftal. Op de bedftede flaapen zij op pelzen, en zitten ook bij dage op dezelve, de man met nederhangende, de vrouw echter, doorgaans achter hem, met te faamengeflagen beenen op de wijze der Turken. Het werk van de vrouwe beftaat in kooken en naiè'n , dat van den man in het maaken van zijn werktuig. Ter andere lengte van het huis, daar den ingang is,zijn eenige vierkante venfters, ruim twee voeten groot, dermaate zindelijk en digtgenaid van zeehonden-darmen en den maag der Heelflijnderen, dat noch wind noch fneuw, het licht daarentegen redelijk helder , door.dezelven dringen kan. Onder de venfteren ftaat van binnen naar de lengte van het huis een bank, waarop de vreemdelingen zitten en flaapen.

Aan ieder pofte in het huis is eene vuurftede. Zij leggen een ftuk houts op den grond, die met vlakke fteenen belegt is; daarop ftaat een laage drievoetige bank,en op deezeneene lampe,die van weekfteen gemaakt, ter lengte van eenen voet uitgehouwen,en bijna gelijk is aan eene halve maane; onder dezelve plaatfen zij een eironden houten bak, om den afloopenden traan op te vangen. In deze lampe, die met zeehonden-fpek, of traan, vervuld is, leggen zij aan de vlakke zijde een weinig kort gewreeven mos, in plaatfe van een pit, 't geen zo helder brandt, dat door zo veele lampen,het huis nietalleenelijk genoegzaam verlicht,maar ook verwarmd wordt. Wat meer is, over zulkeene lampe hangt een ketel, die uit weekfteen gehouwen, eenen voet lang, en de helfte zo breed is, met vier fnoeren aan het dak, de gedaante hebbende van eene langwerpige dooze. In dezen ketel kooken zij alle hunne fpijzen, en boven denzelven is een roofter vaft gemaakt, die uit houte ftaavcn

ge-