Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II.

BRIEF,

12 BRIEVEN

ken, welke de rykfte en grootfte Bibliotheek Uitmaakten.

De kerken, de paleizen, de gemeene plaatfen, de pyramiden, de naalden, de zuilen, de galeryen, de prachtige gevels, de fchouwplaatfen, de fonteinen, de tuinen, de verfchieten, alles zal u overtuigen, dat gy te Rome zyt, en alles zal u aan haar verbinden als aan eene Stad, die altyd by uitneemendheid algemeen bewonderd is. Gy zult er die Franfche bevalligheid niet vinden, die het aartige boven het grootfche ftelt; maar gy zult dit gemis dubbel vergoed vinden door gezigten, welke ieder oogenblik uwe verwondering zullen verwekken.

Gy zult eindelyk in alle de gefchilderde en gehouwene beeldtenisfen, zo der ouden als der nieuwen, eene nieuwe waereld ontdekken, en gereedlyk gelooven,dat dezelve bezield is. De Academie der Schilderkunst, opgevuld met Franfchen, zal u kweekelingen aantoonen, gefchikt om groote meesters te worden, welke Italië verëeren, door in hetzelve te komen lesfen neemen. Gy zult u verwonderen over de grootheid en eenvoudigheid van het Hoofd der Kerke, den Knegt der Knegten, in den rang der nederigheid, en den eerften der menfehen in de oogen des geloofs. De Kardinaalen, van welke hy omringd is, zullen u de vier-en twintig Ouderlingen vertoonen, die den throon

des

Sluiten