Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verhaalwyze der Eüangelisten. xxxvii

hebben leeren kennen: Een geluk, dat ook de Opfleller van dit gefchrift ondervind. Men heeft vermaak in het eenvouvvige naïve verhaal , dat een man van een gezond verftand, en van eenen goeden natuurlyken fmaak , van eene gebeurtenifte geeft, die in zyn oog van belang is. En, wy zouden geen belang ftellen in vier, wel ongeleerde , maar nochtans verftandige Mannen te hooren, dewelken, elk op zyne wyze, maar allen met eene inneemende taaie van eenvouwigheid, daaden verhaalen, voor welken anders in andere opzichten gééne fchryfwyze' te verheeven zou weezen. Deeze daaden moeten gewislyk in hunnen mond niet alleen niets verliezen, maar veel meerder aanwinnen, dewyl zy zoo, door gééne konst van voordraagen vermomd, in haare waare gedaante verfchynen, en by het verhaalen altoos dezelfde uitwerking doen, als of zy noch tegenwoordig gezien konden worden. Hier vind geheel géén plaats > dat de daad eerst door de konst van hem, die ze verhaalt, groot en gewichtig gemaak.t moet worden-, hoe zy eenvouwiger verhaald word, hoe zy beter verhaald worde. Men zal immers niet wenfchen, dat daar, daar het enkel op de waarheid der zaake aankoomt, en dat men zich een juist denkbeeld daar van vorme, konst in het verhaalen getoond worde. Dit zou niet alleen gééne liefde voor de zuivere Historiefche, waarheid, maar zélfs niet eens eenen goeden fmaak te kennen geeven; want deeze * * * g ver

Sluiten